Een andere manier van denken over hardlooptraining

Wie voor het eerst een trainingsschema van Herman Verheul ziet, zou kunnen denken dat zijn methode eenvoudig samen te vatten is. Vijftien keer 200 meter, tien keer 400 meter, zes keer 1000 meter. Tussendoor steeds een ruim herstel en aan het einde van de week misschien een fartlek of een wedstrijd.

Maar daarmee heb je vooral gezien wat er werd gelopen. Nog niet waarom.

De Methode Verheul was geen verzameling intervalschema's die je eenvoudig kon overschrijven. Achter de trainingen zat een andere kijk op hardlopen. Verheul wilde dat zijn atleten ontspannen liepen, met aandacht voor souplesse, ritme en een goede loopbeweging. Vermoeidheid mocht die beweging niet voortdurend verstoren. Daarom waren ook herstel, gymnastiek, fartlek en zijn scherpe oog voor de manier waarop iemand liep belangrijke onderdelen van zijn aanpak.

Herman Verheul

Herman Verheul was jarenlang trainer bij het Utrechtse Phoenix. Daar ontwikkelde hij een trainingswijze die behoorlijk afweek van wat in de Nederlandse atletiek gebruikelijk was. Waar veel lopers grote hoeveelheden kilometers maakten en lange duurlopen een belangrijke plaats in de training innamen, koos Verheul voor een andere benadering.

Zijn atleten liepen veel intervallen, maar het waren niet voortdurend snelle intervaltrainingen. De herhalingen moesten vooral beheerst en ontspannen worden gelopen. Na 200 meter volgde doorgaans 200 meter herstel, na 400 meter 400 meter herstel en ook na 1000 meter kon een volledige 1000 meter herstel volgen.

Dat ruime herstel was geen verloren trainingstijd. Het hoorde bij de training.

Meer dan 200, 400 en 1000 meter

De bekende afstanden zijn waarschijnlijk het herkenbaarste onderdeel van de Methode Verheul. Toch vertellen ze maar een deel van het verhaal.

Minstens zo kenmerkend waren de gymnastiekoefeningen, het ontspannen herstel tussen de snellere stukken, fartlek in een natuurlijke omgeving en wedstrijden als stevige trainingsprikkel. Verheul keek bovendien veel naar zijn atleten. Niet alleen naar een stopwatch, maar vooral naar de manier waarop iemand liep.

Een training kon er op papier eenvoudig uitzien. In de praktijk draaide het om tempo, ontspanning, herstel en beweging. Juist daarin zat een belangrijk deel van het vakmanschap van de trainer.

Geen schema dat voor iedereen hetzelfde was

Dat maakt het ook lastig om tegenwoordig simpelweg één 'Verheulschema' te publiceren en te zeggen: zo moet het.

Een 200 meter van een snelle wedstrijdatleet was iets anders dan die van een recreatieve loper. Het tempo moest passen bij de loper en bij diens niveau. Ook de ontwikkeling gedurende een trainingsperiode speelde een rol. Verheul observeerde, stuurde bij en keek hoe iemand bewoog.

Wie alleen de aantallen en afstanden overneemt, kan daardoor een belangrijk deel van de methode missen.

Op LoopMee proberen we juist dat deel terug te vinden. Niet alleen de schema's, maar ook de gedachten erachter, de herinneringen van mensen die ermee trainden en de manier waarop trainers de methode later hebben toegepast.

Verheul en de Souplessemethode

De Methode Verheul en de Souplessemethode worden regelmatig in één adem genoemd. Dat is begrijpelijk, maar het zijn niet precies dezelfde methoden.

Klaas Lok trainde bij Phoenix en leerde de ideeën van Herman Verheul van dichtbij kennen. Later werkte hij die verder uit tot zijn eigen Souplessemethode. Daarin zijn duidelijke verwantschappen met Verheul te herkennen, maar ook eigen keuzes en verdere ontwikkelingen.

Op LoopMee houden we beide daarom bewust uit elkaar. De oorspronkelijke Methode Verheul krijgt een eigen plaats, evenals de latere Souplessemethode. Juist de overeenkomsten én verschillen zijn interessant.

Een methode die opnieuw bekeken mag worden

LoopMee wil niet aantonen dat Herman Verheul gelijk had en andere trainers ongelijk. Daarvoor is hardlooptraining veel te veelzijdig.

We willen wel begrijpen wat hij deed en waarom. Wat weten we uit oude publicaties en trainingsschema's? Wat herinneren de atleten en collega-trainers zich? Welke ideeën zijn later veranderd? En wat kunnen we met de kennis van nu zeggen over onderwerpen als herstel, trainingsintensiteit, looptechniek en belasting?

Daarom groeit deze pagina mee met LoopMee. Vanuit hier kun je straks verder naar artikelen over de afzonderlijke onderdelen van de methode, historische bronnen, persoonlijke herinneringen en modern onderzoek.

Want wie de Methode Verheul alleen samenvat als 200, 400 en 1000 meter, mist misschien wel het interessantste gedeelte.