Ik had een pupil van mij zoveel verhalen over Herman Verheul verteld dat hij op een gegeven moment natuurlijk zelf wilde weten wie die man nu eigenlijk was.

Toen we in Utrecht een 5000 meter gingen lopen, ging hij mee. Herman stond langs de baan en ik had hem gevraagd eens te kijken wat hij ervan vond.

Mijn pupil liep goed. Hij finishte in 16.05 en verbeterde daarmee zijn persoonlijk record. Zelf kwam ik binnen in 17.12.

Na afloop gingen we naar Herman.

Ik was natuurlijk benieuwd.

“En?” vroeg ik.

Wie op een compliment rekende vanwege het persoonlijke record van mijn pupil, kende Herman nog niet goed genoeg.

Hij stak onmiddellijk van wal.

Het had volgens hem nergens op geleken. Waar was die jongen eigenlijk mee bezig geweest? Van echte wedstrijdinzet had hij volgens Herman weinig gezien.

En toen kwam de opmerking die is blijven hangen.

“Je riep nog net niet naar de kant: schatje, wat eten we vanavond?”

Mijn pupil wist meteen waar hij aan toe was.

Daarna was ik aan de beurt.

“En jij, Rinus. Wat was dit?”

Daar had ik een verklaring voor. Op vrijdag had ik in België een wedstrijd over 22 kilometer gelopen. Een dag later stond ik in Zutphen alweer aan de start van een 10 kilometer. En nu, op zondag, liep ik in Utrecht ook nog eens deze 5000 meter.

Herman hoorde het aan.

“Oké,” zei hij. “Er zit dan in ieder geval een bepaalde regelmaat in de afbouw.”

Daar kon ik het mee doen.

Een paar dagen later

Lang hoefden we niet op een volgende 5000 meter te wachten. Een paar dagen later stonden mijn pupil en ik opnieuw aan de start, ditmaal in Hengelo.

Er was iets veranderd.

Mijn pupil liep alsof hij door een wesp was gestoken. Van de loper die volgens Herman tijdens zijn vorige wedstrijd nog bijna een gesprek over het avondeten had kunnen voeren, was weinig meer over.

Hij liep 15.45.

Opnieuw een persoonlijk record, maar nu twintig seconden sneller dan zijn 16.05 in Utrecht.

Ook ik liep een stuk sneller. Mijn 17.12 van enkele dagen daarvoor werd 16.01.

Nauwelijks over de finish kwam mijn pupil op mij af.

“Laat die Verheul nu nog maar eens zeggen dat ik niet mijn best doe!”

Ik moest lachen.

In mijn hoofd dacht ik maar één ding.

Doel bereikt, Herman.

Precies het goede knopje?

Of Herman zijn woorden in Utrecht bewust zo scherp koos om mijn pupil te prikkelen, weet ik niet. Misschien vond hij eenvoudigweg dat hij slecht had gelopen en zei hij precies wat hij daarvan dacht.

Maar het effect was er wel.

Een paar dagen later stond er een andere loper op de baan. Niet alleen liep hij twintig seconden van zijn persoonlijke record af, hij wist na de finish ook precies aan wie hij nog iets duidelijk wilde maken.

Herman was niet eens nodig om het antwoord te horen.

Verteld door Rinus Groen. Voor LoopMee.nl bewerkt op basis van zijn persoonlijke herinnering.

Over de bronnen

Dit verhaal is gebaseerd op een persoonlijke herinnering van Rinus Groen, die gedurende ongeveer twee jaar bij Herman Verheul trainde. Rinus deelde deze anekdote in september 2026 met LoopMee.nl.

De genoemde wedstrijdtijden, locaties, de volgorde van de wedstrijden en de uitspraken van Herman Verheul zijn weergegeven zoals Rinus Groen ze zich herinnert. Voor deze anekdote zijn geen officiële uitslagenlijsten of onafhankelijke wedstrijdverslagen geraadpleegd.

Ook de gedachte dat Herman met zijn scherpe reactie bewust een bepaalde uitwerking op de pupil wilde bereiken, is de persoonlijke interpretatie van Rinus Groen achteraf. We kunnen niet bevestigen dat dit daadwerkelijk Hermans bedoeling was.

De oorspronkelijke herinnering is voor publicatie op LoopMee.nl redactioneel bewerkt. Daarbij zijn formulering en opbouw aangepast, maar is de inhoud en strekking van Rinus' verhaal behouden.