Herman Verheul vroeg mij eens of ik het prettig zou vinden als hij mij tijdens een 3000 meter in Utrecht zou coachen.
Natuurlijk wilde ik dat.
“Wat wil je lopen?” vroeg Herman.
Mijn antwoord was duidelijk: 9 minuten en 30 seconden.
Daarmee was het plan eigenlijk gemaakt. Herman zou langs de baan staan, ik zou lopen en hij zou ervoor zorgen dat ik mij onderweg niet gek liet maken.
Na de eerste ronde kwam ik door in 74 seconden. Ik liep op kop.
“Iets te snel,” riep Herman. “Niet versnellen!”
Dat laatste was op dat moment bepaald niet mijn grootste probleem.
Ik voelde tijdens de wedstrijd namelijk steeds nadrukkelijker dat ik dringend naar het toilet moest. Niet een beetje. Zo dringend dat ik mij begon af te vragen of ik de finish wel zonder ongelukken zou halen.
De tweede ronde ging in 76 seconden.
“Dat is goed!” hoorde ik Herman roepen. “Niet versnellen!”
En zo ging het verder.
Ronde na ronde liep ik vooraan en ronde na ronde klonk vanaf de kant de stem van Herman. Niet versnellen. Tempo vasthouden. Rustig blijven.
Het merkwaardige was dat niet alleen ik hem kon horen. De lopers achter mij hoorden hem natuurlijk ook. Niemand leek veel behoefte te hebben om mij voorbij te gaan. Ze bleven keurig achter mij lopen.
Daar moest ik, ondanks mijn steeds nijpender probleem, bijna om lachen. Zij hoorden Herman voortdurend roepen dat ik vooral niet moest versnellen en bleven achter mij zitten, terwijl ik maar één gedachte had: als dit verkeerd afloopt, willen jullie helemaal niet zo dicht achter mij lopen.
En nu!
Met nog ongeveer 300 meter te gaan veranderde de stem van Herman.
Het wachten was voorbij.
“En nu!” riep hij. “Gaan met die armen. Als messen. Tjak, tjak! Dat kan veel sneller!”
Dat was het sein.
Ik versnelde.
De laatste 300 meter gingen in ongeveer 45 seconden. Ik kwam als eerste over de finish.
De klok wees 9.28 aan.
Twee seconden sneller dan de tijd die ik vooraf tegen Herman had genoemd.
En het probleem dat mij gedurende vrijwel de hele wedstrijd had achtervolgd?
Dat bleek na de finish ineens opgelost. Sterker nog, de daaropvolgende twee dagen hoefde ik helemaal niet meer naar het toilet.
Niet harder dan nodig
Ik moet nog altijd glimlachen wanneer ik aan die wedstrijd terugdenk. Natuurlijk vanwege de omstandigheden, maar ook vanwege Herman.
Hij wist niets van mijn ongemak. Hij zag alleen een atleet die 9.30 wilde lopen en die na 74 seconden iets te snel aan zijn eerste ronde was begonnen.
Dus deed hij wat hij als coach nodig vond. Hij liet mij niet meeslepen. Hij riep niet dat ik harder moest omdat ik voorop liep. Integendeel. Steeds opnieuw hoorde ik hetzelfde: niet versnellen.
Pas toen er nog 300 meter over waren, mocht alles eruit.
“Gaan met die armen. Als messen. Tjak, tjak!”
Ik hoor het hem nog zeggen.
Verteld door Rinus Groen. Voor LoopMee.nl bewerkt op basis van zijn persoonlijke herinnering aan deze wedstrijd.
Dit verhaal is gebaseerd op een persoonlijke herinnering van Rinus Groen, die gedurende ongeveer twee jaar bij Herman Verheul trainde. Rinus vertelde deze anekdote in september 2026 aan LoopMee.nl.
De genoemde wedstrijdtijd van 9.28, de rondetijden en de aanwijzingen van Herman Verheul zijn weergegeven zoals Rinus Groen ze zich herinnert. Voor deze anekdote is geen onafhankelijk wedstrijdverslag of officiële uitslagenlijst geraadpleegd.
De oorspronkelijke herinnering is voor publicatie op LoopMee.nl redactioneel bewerkt, waarbij de inhoud en strekking van het verhaal behouden zijn gebleven.
