Spelen in het Panbos

Fartlek bij Herman Verheul was veel meer dan afwisselend hard en rustig lopen

Er kon zomaar iemand op je rug terechtkomen.

Dan moest je daarmee een heuveltje op. Een eind verderop kon de opdracht veranderen en liep de een op zijn handen terwijl de ander zijn benen vasthield. De menselijke kruiwagen. En als er ergens een geschikte boomstam lag, kon ook die ineens onderdeel van de training worden.

Ondertussen werd er gelopen.

Over bosgrond, door het zand en af en toe over een stukje schelpenpad. Soms rustig, soms soepel en behoorlijk snel. Er werd gelachen, er werden oefeningen gedaan en daarna ging het weer verder.

Dit was de zaterdagse fartlek van Herman Verheul in het Panbos bij Utrecht.

Een training die meestal langer dan anderhalf uur duurde en waarvan ik me vooral herinner hoeveel plezier we onderweg hadden. Dat klinkt misschien alsof we op zaterdag vooral een gezellig uitje hadden.

Dat was het bepaald niet.

Spelen met snelheid

Het woord fartlek komt uit het Zweeds en wordt meestal vertaald als snelheidsspel of vaartspel. De Zweedse trainer Gösta Holmér ontwikkelde de trainingsvorm in de jaren dertig, in een periode waarin de Zweedse afstandslopers een antwoord zochten op de sterke Finse lopers.

Het idee was even eenvoudig als vernieuwend. Niet voortdurend in hetzelfde tempo lopen en ook geen strak afgemeten intervaltraining op de baan, maar tijdens één doorgaande training spelen met snelheid.

Een stuk sneller, daarna weer rustiger. Een heuvel gebruiken. Het terrein laten bepalen wat er gebeurt. De lengte en snelheid van de snellere gedeelten hoefden niet voortdurend door een stopwatch te worden voorgeschreven.

Holmér liet zijn atleten daarmee snelheid en uithoudingsvermogen binnen één training combineren. De natuur was geen decor voor de training, maar onderdeel ervan.

Dat laatste is belangrijk als we naar de fartlek van Herman Verheul kijken.

Zaterdag was anders

De trainingsweek van Verheul was behoorlijk gestructureerd. Er waren de bekende 200, 400 en 1000 meters, de gymnastiek en de wedstrijden. Maar in zijn winterprogramma stond op zaterdag iets heel anders.

Fartlek.

Herman Lenferink beschrijft die winterse zaterdagtraining als een combinatie van gemiddeld ongeveer zestien tempo's van verschillende lengte en gymnastiekoefeningen. Naarmate de winter vorderde, kon de totale duur toenemen van vijf kwartier tot zeven kwartier.

Dat komt opvallend goed overeen met mijn eigen herinnering. Anderhalf uur was heel normaal en vaak waren we langer onderweg.

Maar wie daarbij denkt aan zestien keurig afgemeten intervallen met tussendoor wat oefeningen, krijgt nog steeds niet het beeld dat ik van die trainingen heb bewaard.

Het Panbos zelf deed mee.

Het bos bepaalde mee wat we deden

De ondergrond veranderde voortdurend. Het ene moment liepen we over bosgrond, dan weer door zand en soms kwam er een stuk schelpenpad voorbij. Er waren heuveltjes en er waren genoeg mogelijkheden om onderweg iets te verzinnen waarvoor geen atletiekbaan of fitnessapparaat nodig was.

Met iemand op je rug een heuvel op bijvoorbeeld.

Of als menselijke kruiwagen verder. De een op zijn handen, de ander met de benen van zijn trainingsmaat in zijn handen.

Soms werd een boomstam gebruikt voor een oefening.

Het waren oefeningen die pasten bij wat we ook van Verheuls gymnastiek kenden. Je gebruikte je eigen lichaam, het lichaam van een trainingsmaat of simpelweg wat het bos toevallig beschikbaar stelde.

Het aardige was dat het onderweg vooral veel plezier opleverde. Er werd gelachen. Je hielp elkaar, daagde elkaar uit en vervolgens werd er weer gelopen.

Toch moet dat woord spelen niet worden verward met vrijblijvendheid.

Er zaten serieuze loopgedeelten in de training. Die werden soepel gelopen, zoals dat binnen de Methode Verheul steeds terugkwam, maar sommige stukken gingen wel degelijk behoorlijk snel.

Het was dus geen lange rustige duurloop waaraan toevallig een paar oefeningen waren toegevoegd.

Het was een training.

Herman liep niet mee

Herman Verheul liep zelf niet met ons door het Panbos.

Dat betekende niet dat hij uit beeld verdween zodra wij tussen de bomen verdwenen.

De route bracht ons regelmatig terug langs hetzelfde punt. Daar kon Herman staan. En soms dook hij ineens ergens anders langs het parcours op.

Dat paste eigenlijk bij de manier waarop ik hem ook van andere trainingen herinner. Hij hoefde niet voortdurend naast je te lopen om te weten wat er gebeurde. Hij keek.

En je wist dat hij keek.

Dat moet in het Panbos een interessant gezicht zijn geweest. Een groep lopers verdween tussen de bomen, kwam later weer tevoorschijn en ergens onderweg stond Herman ineens opnieuw.

De training had vrijheid, maar was daarmee nog geen vrijblijvende bosloop.

De volgende dag telde ook

Er is één aspect van die zaterdagtrainingen dat voor mij achteraf misschien nog belangrijker is dan de boomstammen, heuveltjes en menselijke kruiwagens.

We konden behoorlijk trainen, maar het mocht niet ten koste gaan van de volgende dag.

Dat uitgangspunt zien we ook terug in de beschrijving die Lenferink van de Methode Verheul maakte. Verheul gebruikte een gedachte die hij ontleende aan de Hongaarse trainer Mihály Iglói: train niet harder dan je vermogen om de volgende dag weer hersteld te zijn.

Dat betekende niet dat iedere training gemakkelijk moest zijn.

Ook de fartlek kon pittig zijn. Sommige loopgedeelten gingen snel en de combinatie met heuvels en gymnastiek maakte de zaterdag bepaald niet tot een rustdag.

Maar er bleef een grens.

Je moest de dag erna weer verder kunnen met je trainingsprogramma.

Voor mij is dat een belangrijk verschil met een training waarin het doel lijkt te zijn om na afloop zo vermoeid mogelijk thuis te komen. Vermoeidheid was bij Verheul geen bewijs dat een training geslaagd was.

De training moest iets toevoegen aan het geheel.

Geen intervaltraining zonder baan

Dat is misschien ook waarom het oorspronkelijke begrip fartlek zo goed bij deze zaterdag paste.

Tegenwoordig wordt fartlek nogal eens gebruikt voor trainingen die in werkelijkheid behoorlijk strak zijn georganiseerd: tien minuten inlopen, vervolgens twee minuten hard, een minuut rustig, dat acht keer herhalen en daarna uitlopen.

Daar is op zichzelf niets mis mee. Het kan een uitstekende training zijn.

Maar de oorspronkelijke fartlek van Holmér was vrijer. Het Zweedse snelheidsspel gebruikte verschillen in tempo en terrein en gaf de loper meer ruimte om onderweg te reageren op de omgeving en het eigen gevoel.

Bij Verheul kwam daar nadrukkelijk zijn gymnastiek bij.

Daarmee werd zijn zaterdagtraining iets eigens. Tempo's, herstel, oefeningen, verschillende ondergronden en het terrein liepen in elkaar over.

De baan bepaalde niet dat een snel gedeelte na precies 400 meter afgelopen was. Een heuvel, een zandpad of een ander herkenningspunt kon minstens zo goed een rol spelen.

Een training die bleef bestaan

Dat de fartlek belangrijk was binnen Phoenix blijkt ook uit wat er na Verheul gebeurde.

In een terugblik op zijn leven werden zijn zaterdagse fartlektrainingen in het Panbos als uniek beschreven en werd vermeld dat ze binnen Phoenix nog steeds werden nagevolgd.

Ook jaren later bleef het Panbos terugkomen in de trainingsprogramma's van de vereniging. Op oude trainingspagina's van Phoenix staat de zaterdagse bostraining in het Panbos nog altijd vermeld.

Dat maakt mijn herinnering aan die zaterdagen onderdeel van een veel langere traditie.

Ik liep daar in mijn tijd mee, maar de training bestond voor mij en bleef na mij bestaan.

Misschien was dit wel fartlek in zijn zuiverste vorm

Als ik nu aan die trainingen terugdenk, zijn het niet de zestien tempo's die als eerste bovenkomen.

Ik weet niet meer waar ieder snel gedeelte begon en eindigde. Ik zou geen schema kunnen opschrijven waarmee iemand komende zaterdag precies dezelfde training kan uitvoeren.

Wat ik nog wel zie, is het Panbos.

De verschillende ondergronden. Het zand. Een stukje schelpenpad. Een heuveltje waarop je ineens iemand anders naar boven moest dragen. Handen op de grond voor de menselijke kruiwagen. Een boomstam die blijkbaar te verleidelijk lag om hem gewoon te laten liggen.

En vooral herinner ik me dat we veel lachten.

Daarna werd er weer gelopen. Soepel. Soms snel. Serieus genoeg om er beter van te worden, maar niet zo hard dat de rest van de trainingsweek eraan werd opgeofferd.

Misschien zat juist daarin het spel waar Gösta Holmér ooit zijn Zweedse naam aan gaf.

Niet spelen in plaats van trainen.

Spelen als manier van trainen.

Over de bronnen

De beschrijving van mijn eigen trainingen in het Panbos is gebaseerd op mijn persoonlijke herinneringen aan de fartlektrainingen bij Herman Verheul. Ik herinner mij de verschillende ondergronden, de oefeningen onderweg, de heuvels, het gebruik van onder meer boomstammen en trainingsvormen zoals de menselijke kruiwagen. Ook herinner ik mij dat Herman zelf niet meeliep, maar ons regelmatig bij een terugkerend punt zag en soms elders langs het parcours opdook.

De plaats van de fartlek binnen de Methode Verheul is daarnaast gedocumenteerd door Herman Lenferink. In zijn beschrijving uit 2007, gebaseerd op interviews met Herman Verheul, noemt hij een winterse fartlektraining op zaterdag met gemiddeld ongeveer zestien tempo's van verschillende lengte, gecombineerd met gymnastiek. De trainingsduur liep gedurende de winter op van vijf tot zeven kwartier.

Ook het Panbos als locatie is gedocumenteerd. In latere beschrijvingen van Phoenix en Loopgroep Warnsborn worden de zaterdagse fartlektrainingen in het Panbos genoemd. Een verslag van een latere Verheultraining in het bos beschrijft onder meer het gebruik van de heuvel voor de bekende kruipoefeningen.

Voor de historische achtergrond van fartlek is gebruikgemaakt van bronnen over de Zweedse trainer Gösta Holmér. Hij ontwikkelde de trainingsvorm in de jaren dertig. Het Zweedse woord fartlek wordt doorgaans vertaald als snelheidsspel of vaartspel: een trainingsvorm waarin tijdens een doorgaande loop wordt gevarieerd met snelheid en waarbij terrein en omgeving onderdeel van de training kunnen zijn.

Gebruikte bronnen:
Herman Lenferink – The Verheul Method
Loopgroep Warnsborn – Verheultraining in het Panbos
AV Phoenix – 't Phoentje, juli 2012
Olympedia – Gösta Holmér
The Olympic Museum – From fartlek to interval training