Waar de zaal precies was, weet ik niet meer.

Dat klinkt misschien vreemd. Van sommige trainingen bij Herman Verheul kan ik me na al die jaren nog kleine details herinneren, maar de ruimte waarin we op maandagavond onze gymnastiek deden, is uit mijn geheugen verdwenen. Ik heb in mijn leven in zoveel sportzalen getraind en later zelf training gegeven dat ik niet meer met voldoende zekerheid durf te zeggen welke zaal het was.

De oefeningen weet ik nog wel.

Radslagen. Grondoefeningen. Op handen en voeten door de zaal. Je eigen lichaam als weerstand. Nauwelijks materialen. En aan het einde soms een partijtje voetbal waarbij niemand rechtop mocht staan.

Op winterse maandagen werd er bij Herman Verheul niet gelopen.

Maar getraind werd er wel degelijk.

De winter ging de zaal in

In mijn herinnering hoorde de aparte zaaltraining bij de winter. Ongeveer vanaf half november tot half februari was er op maandagavond gymnastiek. Ik wil die precieze periode niet als een officiële regel van de Methode Verheul presenteren. Het is zoals ik het mij herinner uit de jaren waarin ik zelf bij hem trainde.

Dat er een aparte maandagse gymnastiektraining bestond, staat wel vast. Herman Lenferink beschrijft in zijn geschiedenis van de Methode Verheul dat gymnastiek voor Verheul een belangrijk onderdeel van de training was. Niet als een paar oefeningen die je deed omdat je nu eenmaal moest opwarmen, maar als een wezenlijk onderdeel van zijn trainingsopvatting. In de winter was er daarom een afzonderlijke gymnastiektraining op maandagavond.

Die traditie was bovendien veel ouder dan mijn eigen tijd bij Phoenix. In de geschiedenis van de vereniging duikt de zaaltraining al vroeg op. Toen Phoenix eind 1974 een trainingsruimte in de Utrechtse Veilinghal moest verlaten, werd de zaaltraining volgens de clubgeschiedenis zelfs tijdelijk buiten op de Maliebaan voortgezet.

Geen zaal? Dan blijkbaar maar zonder zaal.

Dat zegt misschien al iets over het belang dat eraan werd gehecht.

Geen apparaten nodig

Wie bij een anderhalf uur durende training in een sportzaal denkt aan kasten, banken, gewichten en allerlei andere materialen, zou bij Verheul waarschijnlijk vreemd hebben opgekeken.

Veel hadden we niet nodig.

De training duurde meestal ongeveer vijf kwartier tot anderhalf uur. Een enkele keer dat ik erbij was zelfs langer. Veel oefeningen vonden gewoon op de grond plaats. We deden radslagen, bewogen zijwaarts, steunden op handen en voeten en gebruikten vooral ons eigen lichaam als weerstand.

Dat laatste ben ik later zelf blijven gebruiken toen ik zaaltraining gaf. Met hooguit een matje kon ik zonder moeite anderhalf tot twee uur training verzorgen, inclusief een spel aan het einde. Daar waren geen ingewikkelde apparaten voor nodig.

Bij een aantal oefeningen zag ik zelf overeenkomsten met Mensendieck (een oefenmethode gericht op houding, lichaamsbewustzijn en bewust en efficiënt bewegen, ontwikkeld door Bess Mensendieck). Dat is mijn persoonlijke herkenning achteraf, niet iets waarvan ik kan zeggen dat Verheul zich door Mensendieck liet inspireren. In de bronnen over zijn oefenstof worden andere invloeden genoemd.

Lenferink beschrijft hoe Verheul al vanaf de jaren vijftig oefeningen ontwikkelde en daarbij onder meer keek naar circusacrobaten en naar bewegingen uit de Kozakkendans. Vooral de oefeningen waarbij atleten zich op handen en voeten verplaatsten werden kenmerkend.

Wie tegenwoordig beelden ziet van core stability of sommige bootcamptrainingen, zal daar misschien vertrouwde bewegingen in herkennen.

Maar Verheul noemde het zo niet.

Wij deden gymnastiek.

Herman hoefde niet voor de groep te springen

Wat me ook is bijgebleven, is dat Herman tijdens die zaaltrainingen zelf betrekkelijk passief was.

Dat betekende niet dat hij niet met de training bezig was. Integendeel. Hij keek, praatte, moedigde aan en corrigeerde. Maar wanneer iemand een oefening niet begreep of wanneer een beweging voorgedaan moest worden, was het vaak Herman Lenferink die dat deed. Soms wees Verheul iemand anders aan.

Zelf hoefde hij niet voortdurend midden in de zaal te staan om te laten zien wat er moest gebeuren.

Zijn aanwezigheid zat ergens anders in.

Hij praatte veel en moedigde aan, maar bijna altijd op een rustige toon. Voor mij bepaalde dat voor een belangrijk deel de sfeer. De oefeningen waren soms behoorlijk zwaar, maar zo voelden ze tijdens de training niet altijd. Er werd gewerkt in een gemoedelijke omgeving waarin je doorging zonder voortdurend het gevoel te hebben dat je met een loodzware krachttraining bezig was.

Tot de volgende ochtend misschien.

Spieren die een hardloper blijkbaar ook had

De eerste twee of drie keer voelde ik die zaaltraining de volgende dag behoorlijk.

Dat was op zichzelf opmerkelijk. Als hardloper kon ik veel trainingsarbeid aan. Maar hardlopen is uiteindelijk een betrekkelijk eenzijdige beweging. Leg zo'n lichaam vervolgens op de vloer, laat het zijwaartse radslagen maken en zichzelf op handen en voeten door een zaal verplaatsen en ineens blijken er spieren te bestaan die tijdens het lopen kennelijk wat minder aandacht hadden gekregen.

De dinsdag na de zaaltraining stond bij mij doorgaans 15 × 200 meter op het programma. In het begin liep ik die rustig als hersteltraining. De spierpijn verdween dan vrij snel.

Na een paar weken veranderde dat. Mijn lichaam raakte aan de maandagavond gewend en de volgende dag kon ik de 200 meters gewoon weer op de voorgeschreven snelheid lopen zonder er last van te hebben.

Dat vind ik achteraf misschien wel een van de interessantste herinneringen aan die periode. De zaaltraining stond niet los van het lopen. Hij moest passen binnen de rest van de trainingsweek.

Maandag kon behoorlijk zwaar zijn voor spieren die tijdens het lopen minder werden aangesproken, maar dinsdag moest er weer gelopen kunnen worden.

En toen kwam de bal

Na al die oefeningen kon de training worden afgesloten met iets dat op het eerste gezicht verdacht veel op een spelletje leek.

Zitvoetbal.

Al is kruipvoetbal misschien een betere naam.

We werden verdeeld over twee teams en er kwam een echte voetbal tevoorschijn. Alleen mocht niemand gewoon overeind komen om erachteraan te rennen.

Buik omhoog. Handen en voeten op de vloer. En vooruit.

Die houding was op zichzelf al een oefening die in het gymnastiekprogramma voorkwam. Alleen werd er nu een bal aan toegevoegd en moesten twee ploegen proberen van elkaar te winnen.

En dan gebeurt er iets merkwaardigs met volwassen hardlopers.

Maak van een zware oefening een spel en binnen de kortste keren vergeet iedereen dat het een oefening is.

Er werd fanatiek gespeeld.

Ondertussen moesten armen, benen, buik en romp het lichaam voortdurend van de vloer houden. Vijf minuten konden ineens behoorlijk lang duren.

Het paste eigenlijk wonderwel bij de rest van de avond. Een zware lichamelijke oefening werd geen martelgang maar een spel. Je was bezig met die bal, met je ploeg en met winnen, terwijl je lichaam ondertussen gewoon doorwerkte.

Veel meer dan een warming-up

Wie de Methode Verheul alleen kent van 15 × 200, 10 × 400 en 6 × 1000 meter mist hierdoor een belangrijk gedeelte.

Gymnastiek was voor Verheul geen bijzaak.

Ook voor de gewone looptraining werd eraan gewerkt en tijdens de winterse fartlek kwamen oefeningen terug. In de moderne beschrijving van de trainingsvisie van Phoenix wordt gymnastiek zelfs als een van de vier basiselementen van de Methode Verheul genoemd.

De gedachte daarachter was dat een hardloper niet uitsluitend benen heeft.

Een loopbeweging vraagt ook om een lichaam dat die beweging kan ondersteunen. Een romp die stabiel genoeg is, armen en schouders die hun werk doen en spieren die samen een beweging mogelijk maken in plaats van ieder afzonderlijk hun eigen kunstje uit te voeren.

In hedendaagse trainingsprogramma's zouden we daarvoor woorden als rompstabiliteit of core stability gebruiken. Het is interessant dat verschillende oefeningen van Verheul daar sterk aan doen denken.

Maar ook hier moeten we oppassen dat we hem niet achteraf moderne terminologie in de mond leggen.

Verheul ontwikkelde zijn oefenstof in een andere tijd en vanuit zijn eigen ideeën over bewegen. Dat sommige van die oefeningen tegenwoordig onder andere namen opnieuw herkenbaar zijn, maakt die geschiedenis interessant. Het maakt hem nog niet automatisch de uitvinder van alles wat tegenwoordig core stability wordt genoemd.

De zaal is verdwenen, de training niet

Ik zou graag nog precies weten welke vloer er onder mijn handen lag tijdens dat zitvoetbal. Hoe de zaal eruitzag, waar de kleedkamer zat en door welke deur we na afloop weer naar buiten gingen.

Maar dat weet ik niet meer.

Misschien hoeft dat ook niet.

Wat is blijven hangen, zijn de bewegingen. Op handen en voeten. Een zijwaartse radslag. De rustige stem van Herman. Lenferink die een oefening voordeed. De eerste keren spierpijn op dinsdag. En een stel hardlopers dat aan het einde van de avond fanatiek achter een voetbal aan kroop.

De volgende dag wachtte de 15 × 200 meter.

Want op maandag werd er dan misschien niet gelopen, maar het was wel degelijk hardlooptraining.

Over de bronnen

Dit artikel is in de eerste plaats gebaseerd op mijn persoonlijke herinneringen aan de winterse zaaltrainingen bij Herman Verheul. De trainingen vonden vele jaren geleden plaats. Details waarvan ik niet meer voldoende zeker ben, zoals de precieze sportzaal, heb ik daarom bewust niet als feit ingevuld. De genoemde periode van ongeveer half november tot half februari is eveneens mijn herinnering en geen vastgestelde officiële trainingsperiode.

De plaats van gymnastiek binnen de Methode Verheul is daarnaast gedocumenteerd door Herman Lenferink. Hij beschrijft dat gymnastiek een belangrijk onderdeel van Verheuls trainingswijze vormde en dat er in de winter op maandagavond een afzonderlijke gymnastiektraining was. Ook beschrijft hij de invloed van circusacrobatiek en bewegingen uit de Kozakkendans op de oefenstof die Verheul vanaf de jaren vijftig ontwikkelde.

Historische informatie van Phoenix, tegenwoordig onderdeel van Utrecht Atletiek, laat zien dat zaaltraining al vroeg deel uitmaakte van de vereniging. Toen Phoenix eind 1974 de Veilinghal als trainingsruimte moest verlaten, werd de zaaltraining tijdelijk buiten op de Maliebaan voortgezet.

De vergelijking met Mensendieck in dit artikel is uitsluitend mijn persoonlijke herkenning. Ik heb geen bron gevonden waaruit blijkt dat Herman Verheul zijn oefeningen aan Mensendieck ontleende. Ook moderne begrippen als core stability worden alleen gebruikt om bepaalde bewegingen voor de huidige lezer herkenbaar te maken en niet om Verheul achteraf moderne trainingsbegrippen toe te schrijven.

Gebruikte bronnen:
Herman Lenferink – The Verheul Method
Loopgroep Warnsborn – De Methode Verheul en de gymnastiekoefeningen
AV Phoenix – Het Phoenix-moment van Herman Lenferink
Utrecht Atletiek – Historie AV Phoenix