Jaap Schneider vertelt.
Mijn beste tijd op de 1500 meter stond sinds 1963 op 4.31. Daarna ging ik in militaire dienst en kwam mijn ontwikkeling als loper een tijdlang op een ander spoor terecht.

In 1966 pakte ik de draad weer serieus op. Dat jaar ging ik trainen volgens de methode van Herman Verheul.

Als 1500-meterloper deed ik voornamelijk herhalingen over 400 meter. Die werden in de loop van de training steeds iets sneller gelopen. Tussen iedere 400 meter wandelde ik opnieuw 400 meter.

Het klinkt eenvoudig: lopen, wandelen, opnieuw lopen. Maar in de maanden die volgden gebeurde er iets met mijn 1500 meter.

April 1966

Aan het begin van het seizoen was die oude 4.31 uit 1963 nog altijd mijn persoonlijk record.

In 1966 liep ik met Altis een wedstrijd in Zweden. Daar kwam ik tot 4.36. Nog lang niet in de buurt van mijn oude beste tijd.

Maar het seizoen was pas begonnen.

Ik bleef trainen. Veel 400 meters, met telkens die 400 meter wandelen ertussen.

Langzaam begonnen de tijden te zakken.

In augustus komt de versnelling

In augustus liep ik 4.22,7.

Daarmee was mijn persoonlijk record uit 1963 eindelijk verdwenen.

Niet veel later ging het opnieuw sneller: 4.20,9.

Op 18 september stond ik aan de start van het districtskampioenschap in Utrecht. Weer ging er een stuk van mijn beste tijd af.

4.18,1.

Vanaf de 4.36 eerder dat seizoen was ik inmiddels bijna achttien seconden sneller geworden.

Maar blijkbaar zat er nog meer in.

“Nu eens voluit gaan”

Piet Majoor, zelf masteratleet, zei na die wedstrijd iets tegen mij dat bleef hangen.

“Nu eens voluit gaan.”

Een week later, op 25 september, stond ik in Nijmegen opnieuw aan de start van een 1500 meter.

Ditmaal ging ik ervoor.

Ik won de wedstrijd.

En toen ik over de finish kwam, stond er 4.10,9 op de klok.

In één week was ik van 4.18,1 naar 4.10,9 gegaan. Vergeleken met mijn 4.36 eerder dat jaar was ik ruim 25 seconden sneller geworden.

Mijn oude persoonlijk record uit 1963, de 4.31 waarmee ik het seizoen was begonnen, had ik met meer dan twintig seconden verbeterd.

En er gebeurde nog iets.

Ik was tot dat moment C-klasser. Met mijn prestatie in Nijmegen promoveerde ik naar de B-klasse.

Een zomer met Verheul

Als ik nu terugkijk op 1966, zie ik vooral hoe die ontwikkeling zich gedurende het seizoen voltrok.

4.36.

4.22,7.

4.20,9.

4.18,1.

En uiteindelijk 4.10,9.

Van april tot eind september trainde ik volgens de methode van Herman Verheul. Voor mij als 1500-meterloper betekende dat vooral veel 400 meters, met oplopende snelheid en steeds 400 meter wandelen als herstel.

Ik kan na zoveel jaren natuurlijk niet meer uit elkaar halen welk deel van mijn vooruitgang precies door welke training werd veroorzaakt. Een atletiekprestatie is nooit het gevolg van één enkel trainingsonderdeel.

Maar de cijfers uit die zomer zijn er nog.

En mijn herinnering ook.

1966 was het jaar waarin ik met de methode van Verheul trainde, mijn oude persoonlijke record eindelijk brak, vervolgens wedstrijd na wedstrijd sneller liep en uiteindelijk in Nijmegen 4.10,9 op de 1500 meter neerzette.

Van C-klasser naar B-klasser.

In één zomer.

Verteld door Jaap Schneider. Voor LoopMee.nl bewerkt op basis van zijn persoonlijke herinnering aan het atletiekseizoen 1966.

Over de bronnen

Dit verhaal is gebaseerd op een persoonlijke herinnering van Jaap Schneider, die in 1966 als 1500-meterloper trainde volgens de methode van Herman Verheul. Schneider deelde zijn herinnering in september 2026 naar aanleiding van een publicatie van LoopMee.nl.

De genoemde wedstrijdtijden, wedstrijden, trainingsvorm en de opmerking van Piet Majoor zijn weergegeven zoals Jaap Schneider ze zich herinnert. Voor dit artikel zijn deze persoonlijke gegevens niet aan de hand van officiële uitslagenlijsten geverifieerd.

In de Nederlandse atletiek werden atleten destijds op grond van hun prestaties in verschillende prestatieklassen ingedeeld. Er bestonden onder meer A-, B-, C- en D-klassen, waarbij de A-klasse de hoogste was. Bij het behalen van vastgestelde prestatienormen kon een atleet op een onderdeel naar een hogere klasse promoveren.

Bronnen over dit historische klassensysteem:

Rotterdam Atletiek - Nederlandse B-kampioenen
Historisch overzicht waarin het voormalige Nederlandse klassensysteem wordt beschreven en wordt vermeld dat de A-klasse de hoogste klasse was en dat voor B-klassers afzonderlijke Nederlandse kampioenschappen werden gehouden.

AV Haarlem - Andere tijden
Historische beschrijving van de atletiek waarin wordt uitgelegd dat atleten bij het behalen van bepaalde prestatienormen op een onderdeel naar een hogere klasse promoveerden.

De precieze officiële KNAU-klassegrens voor promotie van de C- naar de B-klasse op de 1500 meter in 1966 hebben we voor dit artikel nog niet kunnen verifiëren. Dat Schneider met zijn 4.10,9 naar de B-klasse promoveerde, is daarom weergegeven als onderdeel van zijn persoonlijke herinnering en niet als onafhankelijk vastgesteld historisch feit.

De oorspronkelijke bijdrage van Jaap Schneider is voor publicatie op LoopMee.nl redactioneel bewerkt. De inhoud en strekking van zijn herinnering zijn daarbij behouden.