Training
Emil Zatopek: de man van 100 × 400 meter
Emil Zatopek liep soms honderd keer 400 meter op één trainingsdag. Met zijn onorthodoxe aanpak won hij in 1952 drie olympische gouden medailles. Wat kunnen recreatieve hardlopers van zijn bijzondere trainingsmethode leren?
Lees het artikel →Onderzoek & wetenschap
Slow twitch en fast twitch: welke spiervezels gebruik je tijdens het hardlopen?
Slow twitch, fast twitch, type I, IIa en IIx: wat betekenen die spiervezeltypen eigenlijk voor een hardloper? En liggen ze bij je geboorte vast, of kan training ze veranderen?
Lees het artikel →Training
Waarom moet iedere training eigenlijk zwaar zijn?
Een training hoeft niet zwaar te voelen om zinvol te zijn. Waarom verwarren we vermoeidheid dan zo gemakkelijk met trainingskwaliteit? Over trainingsprikkels, herstel, intensiteit en de kunst om soms juist níét harder te lopen.
Lees het artikel →Persoonlijke verhalen
Van 4.36 naar 4.10,9 in één zomer
In 1966 trainde 1500-meterloper Jaap Schneider volgens de methode van Herman Verheul. Veel 400 meters, steeds iets sneller, met telkens 400 meter wandelen als herstel. In één seizoen ging zijn beste tijd van 4.36 naar 4.10,9.
Lees het artikel →Methode Verheul
Waarom wandelen of dribbelen we tussen intervallen?
Wandelen, dribbelen of gewoon stilstaan. Wat je tussen twee intervallen doet, lijkt misschien bijzaak. In werkelijkheid discussiëren trainers er al bijna een eeuw over. Een duik in de geschiedenis en de fysiologie van de herstelpauze levert een verrassende conclusie op.
Lees het artikel →Onderzoek & wetenschap
Wat gebeurt er tijdens het herstel tussen intervallen?
Bij intervaltraining kijken we meestal naar de snelle stukken. Maar wat gebeurt er eigenlijk tijdens de meters ertussen? In deel 2 van De fysiologie van Verheul onderzoeken we actief en passief herstel, hartslag, zuurstofopname en lactaat. En we kijken waarom herstel binnen de Methode Verheul veel meer is dan wachten op de volgende herhaling.
Lees het artikel →Onderzoek & wetenschap
Waarom werken intervallen eigenlijk?
Waarom werkt een training van 10 × 400 meter anders dan vier kilometer achter elkaar lopen? In het eerste deel van De fysiologie van Verheul kijken we naar wat er tijdens intervaltraining gebeurt met hart, zuurstofopname en spieren. En vooral: wat kan de moderne inspanningsfysiologie ons vertellen over de trainingsideeën van Herman Verheul?
Lees het artikel →Souplessemethode
De Souplessemethode: Verheul als vertrekpunt
De Souplessemethode van Klaas Lok is nauw verwant aan de Methode Verheul, maar is er geen kopie van. Waar liggen de wortels, wat veranderde Lok en waarom staat ontspannen intervaltraining centraal?
Lees het artikel →Onderzoek & wetenschap
Rustig of hard: wat gebeurt er in je lichaam tijdens een intervaltraining?
Tien keer 400 meter kan een beheerste training zijn of een uitputtingsslag. Wat verandert er fysiologisch wanneer het tempo omhooggaat? Over energiesystemen, lactaat, mitochondriën, spiervezels en waarom harder niet automatisch beter trainen betekent.
Lees het artikel →